Gehoorstoornissen

Gehoorstoornissen

Slechthorendheid bij volwassenen

Slechthorendheid is een hoorstoornis waarbij het gehoor licht tot ernstig gestoord kan zijn. Slechthorendheid kan ook op latere leeftijd verworven worden.
 
Slechthorendheid kan veroorzaakt worden door een ongeval, door een infectieziekte of door het gebruik van bepaalde medicijnen. Een andere oorzaak is lawaaibeschadiging. Hierbij is de werksituatie van grote invloed (denk aan een metaalfabriek of zagerij), maar ook het geregeld blootstaan aan zeer harde geluiden (bijvoorbeeld op een schietbaan, in een muziekband of discotheek). Bij het ouder worden is slijtage van het binnenoor de grootste oorzaak van het slechter horen, de zogenaamde ouderdomsslechthorendheid.
 
Als gevolg van de slechthorendheid ontstaan er problemen: de deurbel en de telefoon worden minder goed gehoord. Muziek klinkt vaak vervormd. Het onderling contact (de communicatie) wordt verstoord omdat spraak niet goed verstaan wordt, zeker als er in een lawaaiige omgeving gesproken wordt. Een slechthorende kan zich hierdoor zeer buitengesloten voelen.
 
Bij slechthorendheid zal de huisarts naar de kno-arts verwijzen voor een gehoortest; eventueel volgt onderzoek in een audiologisch centrum. Voor meer informatie over verworven slechthorendheid zie:
www.nvvs.nl
www.fenac.nl
Tevens kunt u zelf een gehoortest doen via www.hoortest.nl. 
 

Wat doet de logopedist?

Wij kunnen uw gehoor screenen en u zonodig adviseren over het aanpassen van een hoortoestel. Wij begeleiden u als slechthorende en uw omgeving bij het leren omgaan met een hoortoestel en wij adviseren bij andere technische hulpmiddelen.
Een hoortoestel lost echter niet alle problemen op. De logopedische behandeling is er daarom op gericht de communicatie zoveel mogelijk te herstellen. Leren spraakafzien (liplezen) kan belangrijk zijn. Wij verzorgen daarom individuele cursussen spraakafzien.
 
 

Doofheid bij volwassenen

 
Gehoorverlies kan plotseling ontstaan, de zogenaamde plotsdoofheid. Het gehoor kan ook in een aantal jaren verloren gaan en wordt dan laatdoofheid genoemd. Dit laatste moet niet verward worden met de zogenaamde ouderdomsslechthorendheid, waarbij het gehoor slecht wordt door versnelde veroudering van het binnenoor.
 
Wanneer men op latere leeftijd doof wordt, heeft dat zeer ingrijpende gevolgen. Er ontstaan grote problemen in de onderlinge communicatie, in het zelfstandig functioneren en in het werk. Bij plotsdoofheid gebeurt dit soms van de ene op de andere dag. Er is een verleden als horende en het verlies van het gehoor wordt goed beseft. Soms is het met behulp van een hoortoestel nog wel mogelijk enig geluid waar te nemen, maar dit is niet genoeg om spraak te verstaan.
 

CI bij volwassenen

 
Veel mensen met een ernstige slechthorendheid of doofheid hebben een probleem in het slakkenhuis, in het binnenoor. Hierdoor kunnen zij geluiden en spraak onvoldoende waarnemen. Gewone hoortoestellen maken het geluid harder. Dit verbetert echter niet altijd de geluidswaarneming en het verstaan van spraak.
 
Een cochleair implantaat (CI) zet geluiden om naar elektrische signalen, die rechtstreeks worden doorgegeven aan de gehoorzenuw. Deze andere manier van horen vraagt om een intensieve begeleiding en revalidatie.
 
Een CI bestaat uit twee delen. Het implantaat zelf en de spraakprocessor. Het implantaat wordt operatief ingebracht, in het bot achter de oorschelp. De spraakprocessor is een klein kastje of een oorhanger dat uitwendig wordt gedragen.
 
In feite is een CI een soort hoortoestel. Wat een doof of slechthorend persoon met een CI kan waarnemen, hangt van meerdere factoren af. Sommigen kunnen er omgevingsgeluiden mee waarnemen, anderen kunnen spraak verstaan in een rustige situatie (soms ook zonder de spreker aan te hoeven kijken).
 
Een cochleair implantaat kan een geschikt hulpmiddel zijn voor dove of ernstig slechthorende mensen die met gewone hoortoestellen onvoldoende kunnen waarnemen. Wanneer u zich afvraagt of CI voor u een meerwaarde zou kunnen bieden, kunt u zich aanmelden bij een van de CI-teams (zie onder meer informatie).
 
Enkele weken na de operatie wordt het CI aangesloten. De audioloog stelt de CI in en er volgt een intensieve begeleiding door het CI-team. Er is dan veel aandacht voor het opnieuw leren horen: opmerken van geluiden, herkennen van geluiden/spraak en verstaan van spraak. Daarnaast wordt er gekeken naar de sociaal emotionele aspecten, de omgeving van de patiënt, de communicatie.
 

Wat doet de logopedist?

 
Wij kunnen kinderen en volwassenen met een CI begeleiden. Tijdens de behandeling is er aandacht voor het omgaan met het CI, het opnieuw leren horen en het communiceren met de omgeving. Daarnaast adviseren wij ouders, leerkrachten en andere betrokkenen die met u of uw kind gaan werken.
 
Wij richten de behandeling op het leren horen, het gebruik van spraakafzien, de communicatie met de omgeving en articulatie. Daarnaast is er veel aandacht voor het stimuleren van de spraaktaalontwikkeling bij kinderen. Wij onderzoeken of en hoe groot de spraaktaalachterstand is. en kijken naar het begrip en het uiten van de taal. De logopedische behandeling sluit aan bij het spraaktaalniveau van het kind. Zie voor meer informatie:
www.cochleaireimplant.nl